Pak de Japanse Duizendknoop mee aan

04 juni 2018
Pak de Japanse Duizendknoop mee aan

De gemeente pakt de Japanse Duizendknoop aan. Deze plant richt veel schade aan in zijn omgeving en is moeilijk te verwijderen. Ook groeit de plant makkelijk terug.

Omdat het zo moeilijk is om van de Duizendknoop af te komen, wil de gemeente graag weten waar de plant groeit. Dit om verdere verspreiding te voorkomen. Weet u een locatie van de Duizendknoop? Laat het dan weten aan de gemeente. Maak een melding via www.oisterwijk.nl/melding-maken. U mag het ook melden als de plant op privégrond staat.

Zelf de Duizendknoop aanpakken

Wilt u zelf de Japanse Duizendknoop verwijderen? Graaf dan alle wortels uit, want zelfs het kleinste stukje wortel kan opnieuw uitgroeien tot een volwaardige plant. Door een paar keer per jaar de stengels uit de grond te trekken, houdt u de plant in toom. Na verloop van tijd raakt de plant ‘uitgeput’. Dit duurt wel een paar jaar. Een nieuwe plant is makkelijker weg te halen. De wortels van oudere planten zitten dieper in de grond en zijn dikker.

Niet in de groene container

Gooi het afval van de Duizendknoop niet in de groene container of op de composthoop. De plant verspreidt zich zo ook. Doe het afval in de grijze bak bij het restafval.

Herken de Duizendknoop

De Japanse duizendknoop is een vaste plant. De wortel kunnen tot een paar meter diep de grond in groeien. De plant zelf heeft dikke bamboe-achtige stengels. De duizendknoop groeit in 1 seizoen extreem snel. De stengels kunnen 3 meter lang worden en met grote groene bladeren van 5-12 cm. De stengels zijn in het begin nog flexibel, maar worden al snel dikker en krijgen rode spikkels. De plant groeit van april tot november.

De plant kan overal groeien en heeft geen natuurlijk vijanden. Andere planten en dieren worden daarom makkelijk verdrongen door de Japanse Duizendknoop. Ook komt de plant makkelijk door zwakke plekken in beton, asfalt en metselwerk. Hierdoor kan de plant gebouwen, wegen en riolen flink beschadigen.

Aanpak door de gemeente

Op plaatsen waar bestrijding echt nodig is, gaat de gemeente een proef doen met het injecteren van bestrijdingsmiddel. Ook voorkomt de gemeente verdere verspreiding van de plant door groeiplaatsen goed in de gaten te houden én de manier van groenonderhoud aan te passen.